Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om toelating tot schuldsaneringsregeling. Goede trouw, art. 288 lid 1 onder b Fw…
Hoge Raad, 20 februari 2015
ECLI:NL:HR:2015:415 · Hoge Raad · 20 februari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-415
Zaakgegevens
Op 20 februari 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 februari 2015
- Datum publicatie
- 20 februari 2015
- Zaaknummer
- 14/06016
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:415
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verzoek om toelating tot schuldsaneringsregeling. Goede trouw, art. 288 lid 1 onder b Fw. Hardheidsclausule, art. 288 lid 3 Fw.
Procesgang
Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:5227Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 januari 2015
ECLI:NL:PHR:2015:32Hoge Raad · 20 februari 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:415
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
20 februari 2015
Eerste Kamer
14/06016
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/15/215650 FT RK 14/1115 van de rechtbank Noord-Holland van 7 oktober 2014;
b. het arrest in de zaak 200.157.358/01 van het gerechtshof Amsterdam van 25 november 2014.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep en afdoening op de voet van art. 81 lid 1 RO.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 20 februari 2015.