Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Afgewezen faillissementsverzoek. Pluraliteitsvereiste; toestand van te…

Hoge Raad, 8 juli 2016

Zaakgegevens

Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2016
Datum publicatie
12 juli 2016
Zaaknummer
16/00380
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.E. Bruning.
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1513
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Afgewezen faillissementsverzoek. Pluraliteitsvereiste; toestand van te hebben opgehouden te betalen.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 januari 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:572
  2. Conclusie A-G · 13 mei 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:367
  3. Hoge Raad · 8 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1513

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

8 juli 2016

Eerste Kamer

16/00380

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. De publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ROTTERDAM,
zetelende te Rotterdam,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid DIVOSA, de landelijke vereniging van Leidinggevenden van gemeentelijke diensten op het terrein van werk, zorg en inkomen,
gevestigd te Utrecht,

VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier,

t e g e n

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.E. Bruning.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als De Gemeente, Divosa en [verweerder].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/16/401573/FT RK 15/2152 van de rechtbank Midden-Nederland van 23 november 2015;

b. de beschikking in de zaak 200.181.205 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2016.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben De Gemeente en Divosa beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de Gemeente en Divosa heeft bij brief van 27 mei 2016 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 396,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.A. Streefkerk, G. de Groot, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 juli 2016.