Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheidsverweer in verband met partijwissel (fusie)…
Hoge Raad, 3 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:159 · Hoge Raad · 3 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-159
Zaakgegevens
Op 3 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2017
- Datum publicatie
- 2 februari 2017
- Zaaknummer
- 16/04433
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.H van Gelderen, mr. T.T. van Zanten
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:159
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Ontvankelijkheidsverweer in verband met partijwissel (fusie). Steunvorderingen aanwezig?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1261Hoge Raad · 3 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:159
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
3 februari 2017
Eerste Kamer
16/04433
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.H. van Gelderen,
t e g e n
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., rechtsopvolgster van Coöperatieve Rabobank Weerterland en Cranendonck U.A.,
thans gevestigd te Amsterdam, voorheen gevestigd te Weert,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. T.T. van Zanten.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en Rabobank.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/03/214903/FT RK 15/1838 van de rechtbank Limburg van 31 mei 2016 en 7 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.192.690/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 augustus 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Rabobank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Rabobank mede door mr. I.M.A. Lintel.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. [verzoeker] op 3 februari 2017.