Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Niet tijdig voldoen aan…
Hoge Raad, 10 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:215 · Hoge Raad · 10 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-215
Zaakgegevens
Op 10 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2017
- Datum publicatie
- 9 februari 2017
- Zaaknummer
- 15/05327
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E. Bruning
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:215
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:248 BW). Niet tijdig voldoen aan publicatieplicht jaarrekening. Vermoeden dat onbehoorlijke taakvervulling belangrijke oorzaak is van faillissement, art. 2:248 lid 2 BW; aan weerlegging daarvan te stellen eisen. Cassatie, aan borgersbrief te stellen eisen.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 9 juni 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3821Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2016
ECLI:NL:PHR:2016:1266Hoge Raad · 10 februari 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:215
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzenVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Uitspraak
10 februari 2017
Eerste Kamer
15/05327
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Bruning,
t e g e n
mr. A.R. DE VRIES-OOSTERVELD, handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Exiton B.V.,
kantoorhoudende te Leiden,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. M.M. Stolp en mr. A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de curator.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/09/441656/HA ZA 13-460 van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2013 en 8 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.141.363 van het gerechtshof Den Haag van 9 juni 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en vordert wettelijke rente over de toe te wijzen proceskosten.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 december 2016 op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad heeft deze brief terzijde gelegd, nu deze niet is beperkt tot een beknopte reactie op de conclusie en de omvang van de reactie niet wordt gerechtvaardigd door nieuwe elementen in de conclusie.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 393,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 februari 2017.