Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. Procedure na verwijzing in cassatie (HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1167, NJ 2016/281)…
Hoge Raad, 27 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2791 · Hoge Raad · 27 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2791
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2017
- Datum publicatie
- 27 oktober 2017
- Zaaknummer
- 17/00018
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Weerden, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2791
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procedure na verwijzing in cassatie (HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1167, NJ 2016/281). Faillissementsrecht. Art. 21 Fw, uitleg vaststellingsovereenkomst met curator over inkomsten die buiten de boedel blijven. Bevel art. 69 Fw, voldoen aan proceskostenveroordeling, vorderingsgerechtigdheid, belang, art 3:303 BW
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:930Hoge Raad · 27 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2791
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
27 oktober 2017
Eerste Kamer
17/00018
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
Mr. Ch.L.J.R. LÜCKERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],
kantoorhoudende te HEERLEN,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking van de Hoge Raad van 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1167, NJ 2016/281;
b. de beschikking in de zaak 200.193.953/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 27 oktober 2017.