Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek; onvoldoende inzage in schuld belastingdienst; goede…
Hoge Raad, 19 mei 2017
ECLI:NL:HR:2017:933 · Hoge Raad · 19 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-933
Zaakgegevens
Op 19 mei 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 mei 2017
- Datum publicatie
- 18 mei 2017
- Zaaknummer
- 16/06332
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. van Weerden.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:933
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek; onvoldoende inzage in schuld belastingdienst; goede trouw ten aanzien van het ontstaan van schulden (art. 288 lid 1, onder b, Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 maart 2017
ECLI:NL:PHR:2017:357Hoge Raad · 19 mei 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:933
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
19 mei 2017
Eerste Kamer
16/06332
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/416383/FT RK 16/1038 van de rechtbank Midden-Nederland van 14 september 2016;
b. het arrest in de zaak 200.199.532 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 mei 2017.