Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Procesrecht. Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen wegens ontbreken verklaring…
Hoge Raad, 13 juli 2018
ECLI:NL:HR:2018:1205 · Hoge Raad · 13 juli 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1205
Zaakgegevens
Op 13 juli 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2018
- Datum publicatie
- 12 juli 2018
- Zaaknummer
- 18/01321
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W. Keus.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1205
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Procesrecht. Verzoek schuldsaneringsregeling afgewezen wegens ontbreken verklaring omtrent mogelijkheid buitengerechtelijke schuldregeling; art. 285 lid 1 Fw. Klacht over schending hoor en wederhoor. HR 9 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5882, NJ 2012/637.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 20 maart 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:1448Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:700Hoge Raad · 13 juli 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1205
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
13 juli 2018
Eerste Kamer
18/01321
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/523545/FT EA 17/665 van de rechtbank Rotterdam van 21 september 2017;
b. het arrest in de zaak 200.224.197/01 van het gerechtshof Den Haag van 20 maart 2018.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 13 juli 2018.