Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Inbewaringstelling gefailleerde; art. 87 Fw. Proportionaliteit en…

Hoge Raad, 18 december 2020

Zaakgegevens

Op 18 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2020
Datum publicatie
17 december 2020
Zaaknummer
20/01958
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
T.T. van Zanten
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2094
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Inbewaringstelling gefailleerde; art. 87 Fw. Proportionaliteit en subsidiariteit.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 april 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:2729
  2. Conclusie A-G · 30 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1062
  3. Hoge Raad · 18 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2094

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01958

Datum 18 december 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

G.W. BREUKER, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [de gefailleerde] ,
kantoorhoudende te Groningen,

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: de curator,

advocaat: T.T. van Zanten,

tegen

[de gefailleerde] ,
wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [de gefailleerde] ,

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de beschikkingen in de zaak C/18/18/83F van de rechtbank Noord-Nederland van 20 februari 2020 en 17 maart 2020;

  2. de beschikking in de zaken 200.275.695/01 en 200.275.846/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 april 2020.

De curator heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [de gefailleerde] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de gefailleerde] begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.