Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Pluraliteit van schuldeisers. Summierlijk…

Hoge Raad, 8 mei 2020

Zaakgegevens

Op 8 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 mei 2020
Datum publicatie
7 mei 2020
Zaaknummer
19/03403
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
Y.E.J Geradts, M.E. Bruning
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:835
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht. Verzoek faillietverklaring. Pluraliteit van schuldeisers. Summierlijk blijken van (steun)vordering. Art. 6 lid 3 Fw.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 maart 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:215
  2. Hoge Raad · 8 mei 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:835

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/03403

Datum 8 mei 2020

ARREST

In de zaak van

[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: [verzoekster],

advocaat: Y.E.J. Geradts,

tegen

OPTIDOB B.V.,

gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Optidob,

advocaat: M.E. Bruning.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/13/19/156 F van de rechtbank Amsterdam van 8 mei 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.259.650/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 juli 2019.

[verzoekster] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Optidob heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Optidob begroot op € 879,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 mei 2020.