Insolventierecht

Hoge Raad · Cassatie · Insolventierecht

Zaakgegevens

Op 21 december 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
R01/069HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2001:AD5363
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 december 2001deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2001:AD5363

  2. Conclusie A-G · 21 december 2001

    ECLI:NL:PHR:2001:AD5363

Uitspraak

21 december 2001

Eerste Kamer

Rek.nr. R01/069HR

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 7 maart 2001 gedateerd verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot de Rechtbank te Amsterdam en verzocht toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De Rechtbank heeft bij vonnis van 10 april 2001 het verzoek afgewezen.

Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.

Het Hof heeft bij arrest van 22 mei 2001 [verzoekster] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 21 december 2001.