Insolventierecht
Faillissement; verzoek tot ontslag curator (art. 73 Fw); horen rechter-commissaris (art. 65 Fw).
ECLI:NL:HR:2018:686 · Hoge Raad · 4 mei 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2018-686
Zaakgegevens
Op 4 mei 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 mei 2018
- Datum publicatie
- 3 mei 2018
- Zaaknummer
- 18/00523
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W. Keus
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:686
Samenvatting
Faillissement; verzoek tot ontslag curator (art. 73 Fw); horen rechter-commissaris (art. 65 Fw).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 maart 2018
ECLI:NL:PHR:2018:430Hoge Raad · 4 mei 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:686
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
4 mei 2018
Eerste Kamer
18/00523
TT/IF
Hoge Raad der Nederlanden
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,
t e g e n
Mr. D. WARNINK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker],
kantoorhoudende te Kampen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de curator.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/07/12/715 van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De curator heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot vernietiging en terugwijzing.
3 Beoordeling van het middel
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) Bij vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 18 december 2012 is [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.
(ii) Mr. Warnink is de huidige curator in dat faillissement.
Bij e-mail van 26 oktober 2017 heeft [verzoeker] een verzoek ingediend bij de rechtbank Overijssel tot ontslag van mr. Warnink als curator.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 3 november 2017.
De rechtbank heeft het verzoek afgewezen.
Het middel klaagt dat de rechtbank art. 65 Fw heeft geschonden door op het ontslagverzoek te beslissen zonder de in het faillissement van [verzoeker] benoemde rechter-commissaris te hebben gehoord.
De klacht is gegrond. Ingevolge art. 65 Fw is de rechtbank verplicht de rechter-commissaris te horen alvorens in enige zaak, het beheer of de vereffening van de failliete boedel betreffende, een beslissing te geven. Hieruit volgt dat de rechtbank de rechter-commissaris diende te horen alvorens op de voet van art. 73 Fw over ontslag van de curator te beslissen. Nu uit de stukken van het geding niet valt op te maken dat de rechtbank de rechter-commissaris heeft gehoord, kan de bestreden beschikking niet in stand blijven. (HR 16 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7318, NJ 2009/517)
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Overijssel van 8 november 2017;
wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 4 mei 2018.