Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Niet-behoorlijke taakvervulling door voormalige bestuurders (art. 2:9…
Hoge Raad, 22 december 2023
ECLI:NL:HR:2023:1796 · Hoge Raad · 22 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1796
Zaakgegevens
Op 22 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 december 2023
- Datum publicatie
- 21 december 2023
- Zaaknummer
- 23/00438
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.M.H Fleuren, M.A.J.G. Janssen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1796
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Niet-behoorlijke taakvervulling door voormalige bestuurders (art. 2:9 BW)? Betekenis van decharge die aan bestuur is verleend bij gelegenheid van goedkeuring van jaarrekening. Vervolg van HR 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1489.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 november 2022
ECLI:NL:GHARL:2022:9509Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 december 2023
ECLI:NL:PHR:2023:1194Hoge Raad · 22 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1796
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/00438
Datum 22 december 2023
ARREST
In de zaak van
PLUVEZO B.V.,
gevestigd te Oirlo, gemeente Venray,
EISERES tot cassatie,
hierna: Pluvezo,
advocaat: B.M.H. Fleuren,
tegen
1. [verweerster 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: M.A.J.G. Janssen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/03/194719 / HA ZA 14-466 van de rechtbank Limburg van 13 mei 2015;
b. de arresten in de zaak 200.200.093/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 september 2017 en 27 februari 2018;
c. het arrest in de zaak 18/02341 van de Hoge Raad van 4 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1489;
d. de arresten in de zaak 200.282.117 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 september 2020 en 8 november 2022.
Pluvezo heeft tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 november 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatie- beroep.
De advocaat van Pluvezo heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Pluvezo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Pluvezo deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 22 december 2023.