Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vordering eigenaar schuur tot verwijdering muurschildering van buren…

Hoge Raad, 14 december 2018

Zaakgegevens

Op 14 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 december 2018
Datum publicatie
13 december 2018
Zaaknummer
18/00463
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J.H.M van Swaaij, mr. D.M. de Knijff
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:2303
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Vordering eigenaar schuur tot verwijdering muurschildering van buren. Misbruik van bevoegdheid. Art. 3:13 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 oktober 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:4697
  2. Conclusie A-G · 26 oktober 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1230
  3. Hoge Raad · 14 december 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:2303

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

14 december 2018

Eerste Kamer

18/00463

TT/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,

t e g e n

1. [verweerder 1],

2. [verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerders]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/02/275917/HA ZA 14-48 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 19 maart 2014 en
14 oktober 2015;

b. het arrest in de zaak 200.184.020/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 31 oktober 2017.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiser] mede door mr. J.M. Moorman.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 december 2018.