Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht; procesrecht. Art. 2.25 Landelijk procesreglement civiele…
Hoge Raad, 25 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1547 · Hoge Raad · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1547
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 24 september 2026
- Zaaknummer
- 25/02743
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1547
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Huurrecht; procesrecht. Art. 2.25 Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken gerechtshoven ('beraad partijen'). Splitsing huurovereenkomst.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 mei 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:3285Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:574Hoge Raad · 25 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1547
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/02743
Datum 25 september 2026
ARREST
In de zaak van
[de huurder],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: de huurder,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
[de verhuurder] B.V.,
gevestigd te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de verhuurder,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 10603815\ CV EXPL 23-4479 van de rechtbank Noord-Nederland van 29 augustus 2023 en 6 februari 2024;
b. de arresten in de zaak 200.341.390/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 september 2024 (tussenarrest/rolbeslissing) en 20 mei 2025.
De huurder heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen de verhuurder is verstek verleend.
De zaak is voor de huurder toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de huurder heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 25 september 2026.