Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Cao Gemeenten. Arbeidsongeschiktheid in en door dienst…
Hoge Raad, 3 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1160 · Hoge Raad · 3 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1160
Zaakgegevens
Op 3 juli 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 juli 2026
- Datum publicatie
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- 25/01790
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.C Zevenberg, J.B.B. Heinen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1160
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Cao Gemeenten. Arbeidsongeschiktheid in en door dienst vanwege bijzondere omstandigheden waaronder werknemer opgedragen werkzaamheden moest verrichten.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 februari 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:842Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 mei 2026
ECLI:NL:PHR:2026:460Hoge Raad · 3 juli 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1160
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/01790
Datum 3 juli 2026
ARREST
In de zaak van
[de werkneemster],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de werkneemster,
advocaat: J.C. Zevenberg,
tegen
GEMEENTE GRONINGEN,
zetelende te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de Gemeente,
advocaat: J.B.B. Heinen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 10238585 / CV EXPL 22-7317 van de rechtbank Noord-Nederland van 7 maart 2023 en 2 januari 2024;
b. het arrest in de zaak 200.340.202 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 februari 2025.
De werkneemster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De Gemeente heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Gemeente mede door G. Wind.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van de werkneemster heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep in enig onderdeel gegrond bevonden wordt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [de werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de werkneemster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 3 juli 2026.