Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Onrechtmatige daad. Samenwerkingsovereenkomst van vereniging met holding…

Hoge Raad, 12 juli 2019

Zaakgegevens

Op 12 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2019
Datum publicatie
11 juli 2019
Zaaknummer
18/01357
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. J. van der Beek.
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1168
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Onrechtmatige daad. Samenwerkingsovereenkomst van vereniging met holding en projectvennootschap. Zijn verenigingsleden partij bij samenwerkingsovereenkomst? Uitleg overeenkomst. Hebben holding en projectvennootschap onrechtmatig gehandeld jegens verenigingsleden door samenwerkingsovereenkomst niet na te komen? HR 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1355.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:2463
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 januari 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:29

    Overig

  3. Conclusie A-G · 17 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:583
  4. Hoge Raad · 12 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1168

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01357

Datum 12 juli 2019

ARREST

In de zaak van

1. [eiser 1] ,

2. [eiser 2] ,

3. De vennootschap onder firma [eiseres 3] ,

4. De vennootschap onder firma [eiseres 4] ,

5. De vennootschap onder firma [eiseres 5] V.O.F.,

6. [eiser 6] ,

7. De vennootschap onder firma [eiseres 7] ,

8. De vennootschap onder firma [eiseres 8]

,

9. De maatschap [eiseres 9] ,

10. [eiser 10] ,

11. De besloten vennootschap [eiseres 11] B.V.,

allen wonende of gevestigd te [plaats] ,

EISERS tot cassatie, verweerders in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna gezamenlijk : [eisers] ,

advocaten: mr. N.E. Groeneveld-Tijssens en mr. A.C. van Schaick,

tegen

1. De besloten vennootschap RAEDTHUYS BIO-ENERGIE HOLDING B.V.,
gevestigd te Enschede,

2. [de Vereniging] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTERS in cassatie, eiseressen in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

hierna gezamenlijk: Raedthuys c.s.,

advocaat: mr. J. van der Beek.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/01/294304/HA ZA 15-399 van de rechtbank Oost-Brabant 21 oktober 2015 en 4 mei 2016;

b. het arrest in de zaak 200.196.654/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 januari 2018.

[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Raedthuys c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Raedthuys c.s. begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 juli 2019.