Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Art. 80 RO. Verbintenissenrecht. Eigenaar vakantiebungalow sluit - in koopovereenkomst…
Hoge Raad, 4 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1491 · Hoge Raad · 4 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1491
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2019
- Datum publicatie
- 2 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/03868
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W Scheltema, mr. J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1491
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Art. 80 RO. Verbintenissenrecht. Eigenaar vakantiebungalow sluit - in koopovereenkomst verplicht gestelde - serviceovereenkomst met exploitant van bungalowpark. Kan eigenaar deze serviceovereenkomst eenzijdig opzeggen? Art. 6:248 en 6:253 BW. Art. 7:400 en 7:408 BW.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 juni 2019
ECLI:NL:PHR:2019:793Hoge Raad · 4 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1491
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03868
Datum 4 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [de Eigenaren],
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
tegen
RECREATIECENTRUM HET ZONNETJE B.V.,
gevestigd te Zelhem, gemeente Bronckhorst,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Het Zonnetje,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 6520387 CV EXPL 17-5806 van de kantonrechter te Zutphen van 13 juni 2018.
[de Eigenaren] hebben tegen het vonnis van de kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het Zonnetje heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Het Zonnetje toegelicht door haar advocaat en mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [de Eigenaren] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de Eigenaren] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Het Zonnetje begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 4 oktober 2019.