Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst. Non-conformiteit. Klachtplicht; art. 6:89 en 7:23 BW.
Hoge Raad, 18 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1606 · Hoge Raad · 18 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1606
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2019
- Datum publicatie
- 17 oktober 2019
- Zaaknummer
- 18/02864
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J de Jong van Lier, mr. J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1606
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst. Non-conformiteit. Klachtplicht; art. 6:89 en 7:23 BW.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 april 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:3122Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 juli 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1060Hoge Raad · 18 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1606
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02864
Datum 18 oktober 2019
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V., voorheen [eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: mr. J. de Jong van Lier,
tegen
Philip Edward Marcel SCHOL, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] , voorheen h.o.d.n. [A] ,
kantoorhoudende te Enschede,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/153087/HA ZA 14-127 van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2015, 29 april 2015, 30 september 2015 en 15 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.198.504 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 april 2018.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. De curator heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.049,34, aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 18 oktober 2019.