Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitvoering bouwproject. Borgtocht door DGA voor schuld opdrachtgevende…

Hoge Raad, 8 november 2019

Zaakgegevens

Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 november 2019
Datum publicatie
8 november 2019
Zaaknummer
18/02498
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. D.M. de Knijff.
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1729
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Uitvoering bouwproject. Borgtocht door DGA voor schuld opdrachtgevende BV volgens door partijen opgemaakte tussentijdse afrekening. Aangegaan in de normale uitoefening van het bedrijf van de BV (art. 1:88 lid 5 BW)? Vaststellingsovereenkomst?

Procesgang

  1. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1619
  2. Conclusie A-G · 5 juli 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:740
  3. Hoge Raad · 8 november 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1729

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/02498

Datum 8 november 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens,

tegen

N.V. [verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats], België,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/01/318213/KG ZA 17-127 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Oost-Brabant van 29 maart 2017;

b. de arresten in de zaak 200.214.955/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 november 2017 en 17 april 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 17 april 2018 beroep in cassatie ingesteld. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 november 2019.