Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst. Beroep op dwaling. Heeft koper binnen bekwame tijd…

Hoge Raad, 20 december 2019

Zaakgegevens

Op 20 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2019
Datum publicatie
19 december 2019
Zaaknummer
18/04747
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. A.H.M van den Steenhoven, mr. H.J.W. Alt
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:2032
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst. Beroep op dwaling. Heeft koper binnen bekwame tijd geklaagd? Art. 7:23 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 14 augustus 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:2259
  2. Conclusie A-G · 25 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1112
  3. Hoge Raad · 20 december 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:2032

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04747

Datum 20 december 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

tegen

[verweerster] B.V.,

handelende onder de naam [verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak 1230191 RL EXPL 13-11378 van de rechtbank Den Haag van 18 september 2013, 15 januari 2014, 5 januari 2016 en 4 oktober 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.207.879/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 augustus 2018.

[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 20 december 2019.