Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Verkoop landbouwgrond aan projectontwikkelaar met beding dat verkopers…
Hoge Raad, 5 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:507 · Hoge Raad · 5 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-507
Zaakgegevens
Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2019
- Datum publicatie
- 4 april 2019
- Zaaknummer
- 18/01365
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P van den Berg, mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:507
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Verkoop landbouwgrond aan projectontwikkelaar met beding dat verkopers twee nader te bepalen bouwkavels van tenminste 500m2 kunnen verwerven. Geschil over welke kavels mochten worden gekozen. Uitleg overeenkomst; verzuim; schuldeisersverzuim; recht op btw over vervangende prestatie.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:4405Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 januari 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:24Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:155Hoge Raad · 5 april 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:507
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
5 april 2019
Eerste Kamer
18/01365
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats]
[woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats]
[woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. van den Berg,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats]
[vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/217330/HA ZA 10-2002 van de rechtbank Oost-Brabant van 3 november 2010, 3 oktober 2012, 31 oktober 2012 (herstelvonnis), 27 november 2013 en 22 januari 2014 (herstelvonnis);
b. de arresten in de zaak 200.124.843/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2016 en 2 januari 2018.
Het arrest van het hof van 2 januari 2018 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 2 januari 2018 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld.De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.