Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenisssenrecht. Tenuitvoerlegging van uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis…
Hoge Raad, 5 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:516 · Hoge Raad · 5 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-516
Zaakgegevens
Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2019
- Datum publicatie
- 4 april 2019
- Zaaknummer
- 18/00552
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H Vermeulen, mr. F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:516
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenisssenrecht. Tenuitvoerlegging van uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis. Vonnis in hoger beroep vernietigd. Is de bank (als pandhouder) jegens de geëxecuteerde aansprakelijk voor het handelen van de curator die het vonnis ten uitvoer heeft gelegd? Samenhang met 18/00549.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 7 november 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3066Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:182Hoge Raad · 5 april 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:516
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
5 april 2019
Eerste Kamer
18/00552
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ABN AMRO.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaken C/10/485257/HA ZA 15-990 en C/10/488396/HA ZA 15-1127 van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2015, 18 mei 2016 en 29 juni 2016;
b. het arrest in de zaak 200.197.752/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 november 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat en mede door mr. P.B. Fritschy.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 6.659,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann, als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 5 april 2019.