Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Vervolg op HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:152. Geschil over…

Hoge Raad, 24 mei 2019

Zaakgegevens

Op 24 mei 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2019
Datum publicatie
23 mei 2019
Zaaknummer
18/00381
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. A.H.H Conradi-Vermeulen, mr. P.S. Kamminga
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:790
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Vervolg op HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:152. Geschil over huurbeding met betrekking tot buitenhuis. Heeft tussen partijen overeengekomen bindend advies ook betrekking op de vordering tot nakoming van het huurbeding?

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 24 oktober 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:4327
  2. Conclusie A-G · 29 maart 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:428
  3. Hoge Raad · 24 mei 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:790

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/00381

Datum 24 mei 2019

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: mr. A.H.H. Conradi-Vermeulen,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: mr. P.S. Kamminga.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. zijn arrest in de zaak 14/04174, ECLI:NL:HR 2016:152, van 29 januari 2016;

b. het arrest in de zaak 200.190.925/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2017.

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 mei 2019.