Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst registergoed met boetebeding. Matiging boete; art. 6:94 BW.

Hoge Raad, 7 juni 2019

Zaakgegevens

Op 7 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juni 2019
Datum publicatie
4 juni 2019
Zaaknummer
18/00750
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. T Dohmen, mr. P.A. Fruytier
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:852
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst registergoed met boetebeding. Matiging boete; art. 6:94 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 21 november 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:3299
  2. Conclusie A-G · 5 april 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:344
  3. Hoge Raad · 7 juni 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:852

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/00750

Datum 7 juni 2019

ARREST

In de zaak van

[eiseres],
wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: mr. T. Dohmen,

tegen

1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerster 2],
gevestigd te Hoevelaken,

VERWEERSTERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweersters],

advocaat: mr. P.A. Fruytier.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/09/439614 / HA ZA 13-0326 van de rechtbank te Den Haag van 20 augustus 2014;

b. het arrest in de zaak 200.161.280/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 november 2017.

[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweersters] mede door mr. R.R. Oudijk.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 7 juni 2019.