Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst. Verplichting tot bijbetaling? Uitleg koopovereenkomst…

Hoge Raad, 14 juni 2019

Zaakgegevens

Op 14 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 juni 2019
Datum publicatie
13 juni 2019
Zaaknummer
18/01535
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. M.W Scheltema, mr. J.P. Heering
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:927
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Contractenrecht. Koopovereenkomst. Verplichting tot bijbetaling? Uitleg koopovereenkomst. Leemte; aanvulling op grond van redelijkheid en billijkheid. Wijziging wegens onvoorziene omstandigheden op grond van art. 6:258 BW in plaats van aanvulling? Wettelijke rente vanaf datum uitspraak.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 juli 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3266
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 januari 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:133
  3. Conclusie A-G · 5 april 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:338
  4. Hoge Raad · 14 juni 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:927

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/01535

Datum 14 juni 2019

ARREST

In de zaak van

[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [eiseres],

advocaat: mr. M.W. Scheltema,

tegen

1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

3. [verweerster 3],
wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk : [verweerders],

advocaat: mr. J.P. Heering.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak C/02/287719/HA ZA 14-683 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 januari 2015 en 2 december 2015;

b. de arresten in de zaak 200.186.911/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 juli 2017 en 16 januari 2018.

[eiseres] heeft tegen de arresten van het gerechtshof beroep in cassatie ingesteld. [verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerders] mede door mr. J.L. Luiten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 14 juni 2019.