Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Schadevergoeding wegens gebrekkige advisering door…
Hoge Raad, 21 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:998 · Hoge Raad · 21 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-998
Zaakgegevens
Op 21 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 juni 2019
- Datum publicatie
- 20 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/02348
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Rijpma, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:998
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Schadevergoeding wegens gebrekkige advisering door makelaar bij bemiddeling huur bedrijfsruimte. Procedure na cassatie en verwijzing (HR 23 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2993). Verwijzingshof wijst gevorderde exploitatieverlies toe. Taak hof na cassatie en verwijzing. Vóór cassatie ingenomen stelling.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 27 februari 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:303Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:524Hoge Raad · 21 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:998
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/02348
Datum 21 juni 2019
ARREST
In de zaak van
RAPPANGE MAKELAARDIJ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Rappange,
advocaat: mr. D. Rijpma,
tegen
TORN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Torn,
advocaat: mr. J.P. Heering.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 15/04699, ECLI:NL:HR:2016:2993, van 23 december 2016;
b. het arrest in de zaak 200.213.492/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 februari 2018.
Rappange heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Torn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rappange heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Rappange in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Torn begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 juni 2019.