Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verkoop onroerend goed. Recht van terugkoop. Verbod van overdracht aan…
Hoge Raad, 24 januari 2020
ECLI:NL:HR:2020:113 · Hoge Raad · 24 januari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-113
Zaakgegevens
Op 24 januari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 januari 2020
- Datum publicatie
- 23 januari 2020
- Zaaknummer
- 18/04640
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J de Jong van Lier, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:113
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verkoop onroerend goed. Recht van terugkoop. Verbod van overdracht aan derde. Uitleg beding. Notariële akte. Wanprestatie? Onrechtmatig gebruik van wanprestie? Andere grond voor onrechtmatigheid?
Procesgang
Rechtbank Almelo · 27 juni 2012
ECLI:NL:RBALM:2012:BX0780Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 7 augustus 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:7116Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 oktober 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1077Hoge Raad · 24 januari 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:113
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/04640
Datum 24 januari 2020
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de tussenvonnissen in de zaak C/08/122088/HA ZA 11-570 van de rechtbank Almelo van 12 oktober 2011, 27 juni 2012, 12 september 2012 en 19 december 2012 en het eindvonnis van de rechtbank Overijssel van 7 augustus 2013;
-
het arrest in de zaak 200.136.887 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 augustus 2018.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. [verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 24 januari 2020.