Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Onrechtmatige daad. Samenhang met…
Hoge Raad, 17 juli 2020
ECLI:NL:HR:2020:1285 · Hoge Raad · 17 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1285
Zaakgegevens
Op 17 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 juli 2020
- Datum publicatie
- 15 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/02012
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.B.A. Alkema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1285
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Onrechtmatige daad. Samenhang met zaak 19/03864.
Procesgang
Rechtbank Oost-Brabant · 24 februari 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:880Rechtbank Oost-Brabant · 25 januari 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:348Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:547Hoge Raad · 17 juli 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1285
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02012
Datum 17 juli 2020
ARREST
In de zaak van
VERENIGING ONDERWIJSHUISVESTING VOORTGEZET ONDERWIJS BREDA EN OMSTREKEN IN COÖPERATIEF VERBAND MET UITSLUITING VAN AANSPRAKELIJKHEID (U.A.),
gevestigd te Breda,
EISERES tot cassatie,
hierna: VO,
advocaat: M.B.A. Alkema,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/296285/HA ZA 15-511 van de rechtbank Oost-Brabant van 24 februari 2016 en 25 januari 2017;
-
het arrest in de zaak 200.215.264/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 januari 2019.
VO heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van VO heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt VO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien VO deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.