Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Opschortingsrecht; art. 6:37 BW…
Hoge Raad, 17 juli 2020
ECLI:NL:HR:2020:1287 · Hoge Raad · 17 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1287
Zaakgegevens
Op 17 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 juli 2020
- Datum publicatie
- 15 juli 2020
- Zaaknummer
- 19/03864
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1287
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Contractsoverneming; art. 6:159 BW. Opschortingsrecht; art. 6:37 BW. Samenhang met zaak 19/02012.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4602Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 2 juli 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2334Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:548Hoge Raad · 17 juli 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1287
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03864
Datum 17 juli 2020
ARREST
In de zaak van
STICHTING TOT BEVORDERING VAN INTERNATIONAAL ONDERWIJS IN ZUIDWEST NEDERLAND,
gevestigd te Breda,
EISERES tot cassatie,
hierna: ISB,
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 4580806 CV EXPL 15-6470 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 januari 2016 en 8 juni 2016;
-
de arresten in de zaak 200.198.926/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2017, 6 november 2018 en 2 juli 2019.
ISB heeft tegen de arresten van het hof van 6 november 2018 en 2 juli 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend, tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaten van ISB hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt ISB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ISB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.