Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige perspublicatie? Vrijheid van meningsuiting; art. 10…
Hoge Raad, 4 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:1942 · Hoge Raad · 4 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1942
Zaakgegevens
Op 4 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2020
- Datum publicatie
- 3 december 2020
- Zaaknummer
- 19/03821
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, A.M. van Aerde
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1942
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Onrechtmatige perspublicatie? Vrijheid van meningsuiting; art. 10 EVRM. Inbreuk op persoonlijke levenssfeer; art. 8 EVRM.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 14 mei 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1610Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 juni 2020
ECLI:NL:PHR:2020:652Hoge Raad · 4 december 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1942
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03821
Datum 4 december 2020
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. Het Parool B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. [verweerder 2],
domicilie kiezende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
domicilie kiezende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
domicilie kiezende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Het Parool c.s.,
advocaat: A.M. van Aerde.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/13/614117/HA ZA 16-846 van de rechtbank Amsterdam van 16 november 2016 en 7 juni 2017;
-
het arrest in de zaak 200.220.773/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 mei 2019.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Het Parool c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Het Parool c.s. toegelicht door hun advocaat en mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Het Parool c.s. begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 4 december 2020.