Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht; overeenkomstenrecht. Uitleg contractueel beding; Haviltexmaatstaf…
Hoge Raad, 18 december 2020
ECLI:NL:HR:2020:2085 · Hoge Raad · 18 december 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-2085
Zaakgegevens
Op 18 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2020
- Datum publicatie
- 17 december 2020
- Zaaknummer
- 19/04390
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.T.M van der Wiel, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:2085
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht; overeenkomstenrecht. Uitleg contractueel beding; Haviltexmaatstaf (art. 3:33 en 3:35 BW).
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:6549Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 juni 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:2263Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 juli 2020
ECLI:NL:PHR:2020:701Hoge Raad · 18 december 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:2085
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04390
Datum 18 december 2020
ARREST
In de zaak van
WOONSTICHTING JOOST, als rechtsopvolgster onder algemene titel van WONINGSTICHTING KLEINE MEIERIJ,
gevestigd te Boxtel,
EISERES tot cassatie,
hierna: Woonstichting Joost,
advocaat: B.T.M. van der Wiel,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/01/302401 / HA ZA 15-867 van de rechtbank Oost-Brabant van 9 maart 2016 en 9 november 2016;
-
de arresten in de zaak 200.213.483/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 april 2018, 23 oktober 2018 en 25 juni 2019.
Woonstichting Joost heeft tegen het arrest van het hof van 25 juni 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor Woonstichting Joost mede door J.H.G. Hordijk en voor [verweerder] mede door J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Woonstichting Joost in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren M.J. Kroeze, als voorzitter, H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 18 december 2020.