Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Zorgplicht bank bij verstrekking hypothecaire lening met daaraan…

Hoge Raad, 7 februari 2020

Zaakgegevens

Op 7 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 februari 2020
Datum publicatie
6 februari 2020
Zaaknummer
18/04400
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J. de Bie Leuveling Tjeenk
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:212
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Zorgplicht bank bij verstrekking hypothecaire lening met daaraan gekoppelde financieringsconstructie met belegging van eigen vermogen. Verjaring; onderzoeksplicht; overkreditering; condicio sine qua non-verband.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBOBR:2016:833
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 juli 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3031

    Overig

  3. Conclusie A-G · 18 oktober 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1078
  4. Hoge Raad · 7 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:212

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/04400

Datum 7 februari 2020

ARREST

In de zaak van

VAN LANSCHOT N.V., voorheen F. van Lanschot Bankiers N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,

EISERES tot cassatie,

hierna: de Bank,

advocaat: J. de Bie Leuveling Tjeenk,

tegen

1. [verweerder 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [verweerder 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders] ,

advocaten: J.W. de Jong en J.L. Luiten.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/O1/287899/HA ZA 14-944 van de rechtbank Oost-Brabant van 6 mei 2015, 1 juli 2015 en 10 februari 2016;

  2. het arrest in de zaak 200.191.172/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 (ECLI:NL:GHSHE:2018:3031).

De Bank heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Bank mede door R.B. Akkerhuis.

De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de Bank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de Bank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 7 februari 2020.