Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst van geldlening. Verrekening; art. 6:140 BW.

Hoge Raad, 21 februari 2020

Zaakgegevens

Op 21 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2020
Datum publicatie
20 februari 2020
Zaaknummer
18/05127
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
D.Th.J van der Klei, M.A.J.G. Janssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:308
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst van geldlening. Verrekening; art. 6:140 BW.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 11 september 2018

    ECLI:NL:GHDHA:2018:2256
  2. Conclusie A-G · 13 december 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:1349
  3. Hoge Raad · 21 februari 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:308

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/05127

Datum 21 februari 2020

ARREST

In de zaak van

HELLING 3 N.V., voorheen genaamd Flügel Enterprises N.V.,
gevestigd te Maasdijk,

EISERES tot cassatie,

hierna: Helling 3,

advocaat: D.Th.J. van der Klei,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: M.A.J.G. Janssen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/10/469630/HA ZA 15-158 van de rechtbank Rotterdam van 18 november 2015;

  2. de arresten in de zaak 200.186.240/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 mei 2017 en 11 september 2018.

Helling 3 heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door M. Koelemeijer.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Helling 3 heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Helling 3 in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.049,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Helling 3 deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 21 februari 2020.