Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Medewerking verkoop strook grond? Aanbiedingsplicht? Kracht van…
Hoge Raad, 9 juli 2021
ECLI:NL:HR:2021:1094 · Hoge Raad · 9 juli 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1094
Zaakgegevens
Op 9 juli 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2021
- Datum publicatie
- 8 juli 2021
- Zaaknummer
- 20/01520
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- E.F.A Linssen-van Rossum, R.P.J.L Tjittes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1094
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Medewerking verkoop strook grond? Aanbiedingsplicht? Kracht van gewijsde van tussen dezelfde partijen gewezen arrest.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 februari 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:906Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 april 2021
ECLI:NL:PHR:2021:349Hoge Raad · 9 juli 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1094
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01520
Datum 9 juli 2021
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: E.F.A. Linssen-van Rossum,
tegen
RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: RUG,
advocaat: R.P.J.L. Tjittes, voorheen ook P.J. Tanja.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/18/174461 / HA ZA 17-51 van de rechtbank Noord-Nederland van 21 maart 2018;
-
de arresten in de zaak 200.242.178/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 februari 2019 en 4 februari 2020.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 4 februari 2020 beroep in cassatie ingesteld.
RUG heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor RUG toegelicht door haar advocaat en mede door G.J. Standhardt.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 Wet RO.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RUG begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 juli 2021.