Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Vebintenissenrecht. Vraag of op aannemer waarschuwingsplicht rustte in verband met…
Hoge Raad, 5 november 2021
ECLI:NL:HR:2021:1650 · Hoge Raad · 5 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1650
Zaakgegevens
Op 5 november 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 november 2021
- Datum publicatie
- 4 november 2021
- Zaaknummer
- 20/01771
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.T Wiegerink, J.F. de Groot
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1650
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vebintenissenrecht. Vraag of op aannemer waarschuwingsplicht rustte in verband met aanpassing ontwerp van het werk. Beroep op exoneratiebeding in algemene voorwaarden.
Procesgang
Uitspraak · 2012
ECLI:NL:RBROE:2012:5387Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:8757Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:5695Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 maart 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:885Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:546Hoge Raad · 5 november 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1650
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/01771
Datum 5 november 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers] ,
advocaat: R.T. Wiegerink,
tegen
[verweerster] B.V., handelend onder de naam [verweerster] B.V,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.F. de Groot.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/04/110260 / HA ZA 11-479 van de rechtbank Limburg van 4 januari 2012, 7 maart 2012, 21 oktober 2015, 6 juli 2016 en 21 maart 2018;
-
het arrest in de zaak 200.241.356/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 maart 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [verweerster] mede door R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 6.971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 5 november 2021.