Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst tot levering en installatie lichtplan. Deugdelijke…

Hoge Raad, 16 april 2021

Zaakgegevens

Op 16 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 april 2021
Datum publicatie
15 april 2021
Zaaknummer
20/01290
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
M.J. van Basten Batenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2021:580
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst tot levering en installatie lichtplan. Deugdelijke nakoming? Uitleg overeenkomst.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:RBZWB:2017:5768
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 februari 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:568

    Overig

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 januari 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:167
  4. Conclusie A-G · 5 maart 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:236
  5. Hoge Raad · 16 april 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2021:580

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01290

Datum 16 april 2021

ARREST

In de zaak van

[de opdrachtgeefster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

hierna: [de opdrachtgeefster],

advocaat: M.J. van Basten Batenburg,

tegen

[verweerster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

niet verschenen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/02/326128 / HA ZA 17-59 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juli 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.225.897/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 februari 2019 en 21 januari 2020.

[de opdrachtgeefster] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [de opdrachtgeefster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van deze arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [de opdrachtgeefster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 16 april 2021.