Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Belastingrecht. Inlener maakt na aansprakelijkstelling voor…

Hoge Raad, 15 juli 2022

Zaakgegevens

Op 15 juli 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juli 2022
Datum publicatie
13 juli 2022
Zaaknummer
21/01929
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
Y.E.J Geradts, J.W.H. van Wijk
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1078
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Belastingrecht. Inlener maakt na aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslag bedrag over aan Ontvanger in ruil voor uitstel van betaling. Aansprakelijkstelling blijft in cassatie in stand (HR 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2603), waarna Ontvanger het ontvangen bedrag afboekt op het bedrag van de aansprakelijkstelling. Vraag of Ontvanger daartoe gerechtigd was, nu de naheffingsaanslag inmiddels was verjaard. Verrekening? Betaling onder opschortende voorwaarde? Betaling tot zekerheid? Accessoir karakter zekerheidstelling?

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 februari 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:523
  2. Conclusie A-G · 25 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:394
  3. Hoge Raad · 15 juli 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1078

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/01929

Datum 15 juli 2022

ARREST

In de zaak van

ESP CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Veenendaal,

EISERES tot cassatie,

hierna: ESP,

advocaat: Y.E.J. Geradts,

tegen

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,
zetelend te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Ontvanger,

advocaat: J.W.H. van Wijk.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/13/645881 / HA ZA 18-344 van de rechtbank Amsterdam van 12 september 2018 en 23 januari 2019;

  2. het arrest in de zaak 200.260.239/01 van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2021.

ESP heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De Ontvanger heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor de Ontvanger mede door M.E.A. Möhring.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt ESP in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ESP deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 15 juli 2022.