Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Beroep op dwaling slaagt wegens gestelde…
Hoge Raad, 30 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1335 · Hoge Raad · 30 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1335
Zaakgegevens
Op 30 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2022
- Datum publicatie
- 29 september 2022
- Zaaknummer
- 21/03317
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.H Vermeulen, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1335
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Verbintenissenrecht. Beroep op dwaling slaagt wegens gestelde oplichtingsconstructie. Klachten over miskenning tweeconclusieregel en gezag van gewijsde in verband met uitspraak Belgische rechter.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 4 mei 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:1970Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:495Hoge Raad · 30 september 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1335
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03317
Datum 30 september 2022
ARREST
In de zaak van
BAER CASTLE INTERNATIONAL N.V.,
gevestigd te Heist Op Den Berg, België,
EISERES tot cassatie,
hierna: BCI,
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
[verweerster], tevens in
haar hoedanigheid van enig erfgename en executeur in de nalatenschap van [betrokkene 1]
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak 6372877 RL EXPL 17-25265 van de kantonrechter te Den Haag van 22 mei 2018;
-
de arresten in de zaak 200.245.195/01 van het gerechtshof Den Haag van 18 september 2018, 14 mei 2019, 23 juli 2019 en 4 mei 2021.
BCI heeft tegen het arrest van het hof van 4 mei 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor BCI mede door A.A.M. Knol.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van BCI heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt BCI in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 30 september 2022.