Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg opfokovereenkomst kalveren. Zijn partijen verdeling van…

Hoge Raad, 7 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 7 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 oktober 2022
Datum publicatie
6 oktober 2022
Zaaknummer
21/02821
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J de Jong van Lier, K. Aantjes
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1369
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg opfokovereenkomst kalveren. Zijn partijen verdeling van fosfaatrechten overeengekomen? Bewijslast. Rechtsgevolg voortijdig weghalen kalveren; grenzen rechtstrijd.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 6 april 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:3286
  2. Conclusie A-G · 20 mei 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:500
  3. Hoge Raad · 7 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1369

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 21/02821

Datum 7 oktober 2022

ARREST

In de zaak van

1. [melkveebedrijf] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],

3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats],

4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: [eisers],

advocaat: J. de Jong van Lier,

tegen

[verweerder],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

hierna: [verweerder],

advocaat: K. Aantjes.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/08/197326 / HA ZA 17-50 van de rechtbank Overijssel van 9 mei 2018, 8 mei 2019 en 10 juli 2019;

  2. de arresten in de zaak 200.264.812/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020 en 6 april 2021.

[eisers] hebben tegen het arrest van 6 april 2021 van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.