Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Tussentijds cassatieberoep. Verbintenissenrecht. Afwikkeling aannemingsovereenkomst m.b.t…
Hoge Raad, 11 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1606 · Hoge Raad · 11 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1606
Zaakgegevens
Op 11 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2022
- Datum publicatie
- 10 november 2022
- Zaaknummer
- 21/03880
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1606
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Tussentijds cassatieberoep. Verbintenissenrecht. Afwikkeling aannemingsovereenkomst m.b.t vluchtwegen van ondergrondse metrostations. Mocht schuldeiser uit mededelingen van schuldenaar afleiden dat deze in nakoming van verbintenis zou tekortschieten? Kon ingebrekestelling achterwege blijven? Art. 6:83, aanhef en onder c, BW. Art. 6:82 lid 2 BW.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 15 juni 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:1797Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:695Hoge Raad · 11 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1606
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03880
Datum 11 november 2022
ARREST
In de zaak van
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja,
tegen
1. [verweerster 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. SPIE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweersters],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/622281 / HA ZA 17-75 van de rechtbank Amsterdam van 25 juli 2018 en 7 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.263.054/01 van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2021 (hierna: het tussenarrest) en 17 augustus 2021.
De Gemeente heeft tegen het tussenarrest beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de Gemeente hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het tussenarrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot, als voorzitter, en de raadsheren C.H. Sieburgh en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 11 november 2022.