Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil over afwikkeling van vaststellingsovereenkomst ter beëindiging…
Hoge Raad, 18 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1704 · Hoge Raad · 18 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1704
Zaakgegevens
Op 18 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 november 2022
- Datum publicatie
- 17 november 2022
- Zaaknummer
- 21/03350
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, B.M.H. Fleuren
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1704
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Geschil over afwikkeling van vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van arbeidsovereenkomst. Verschil in identititeit tussen werknemer en vennootschap van werknemer.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 4 mei 2021
ECLI:NL:GHARL:2021:4404Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:709Hoge Raad · 18 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1704
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/03350
Datum 18 november 2022
ARREST
In de zaak van
[werknemer],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [werknemer],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
DIERENASIEL CRAILO, STREEKASIEL VOOR HET GOOI- EN OMSTREKEN,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: Crailo,
advocaat: B.M.H. Fleuren.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 6673992 / MC EXPL 18-1410 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 juni 2018 en 28 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.256.664/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 maart 2020 en 4 mei 2021.
[werknemer] heeft tegen het arrest van het hof van 4 mei 2021 beroep in cassatie ingesteld.
Crailo heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Crailo mede door B. van Niekerk en L.M. Timmermans.
De conclusie van de advocaat-generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [werknemer] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [werknemer] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Crailo begroot op € 2.876,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [werknemer] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak, als voorzitter, de vicepresident M.J. Kroeze en de raadsheer F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 18 november 2022.