Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Geding na cassatie en verwijzing (HR 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:153)…
Hoge Raad, 23 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1925 · Hoge Raad · 23 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1925
Zaakgegevens
Op 23 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 december 2022
- Datum publicatie
- 22 december 2022
- Zaaknummer
- 22/01713
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1925
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Geding na cassatie en verwijzing (HR 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:153). Verbintenissenrecht. Huurrecht bedrijfsruimte. Exoneratiebeding in huurovereenkomst; beperkende werking redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 8 februari 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:312Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:901Hoge Raad · 23 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1925
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01713
Datum 23 december 2022
ARREST
In de zaak van
1. V.O.F. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eiseressen],
advocaat: D. Rijpma,
tegen
BART'S RETAIL B.V.,
gevestigd te Beuningen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Bart’s Retail,
niet verschenen.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 20/00224 (ECLI:NL:HR:2021:153) van 29 januari 2021;
b. het arrest in de zaak 200.291.959/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 8 februari 2022.
[eiseressen] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Bart’s Retail is verstek verleend.
De conclusie van de advocaat-generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseressen] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseressen] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Bart‘s Retail begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.