Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ontbinding wegens niet-nakoming. Was ingebrekestelling vereist voor…
Hoge Raad, 23 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1926 · Hoge Raad · 23 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1926
Zaakgegevens
Op 23 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 december 2022
- Datum publicatie
- 22 december 2022
- Zaaknummer
- 21/04694
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J van Weerden, D. Rijpma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1926
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Ontbinding wegens niet-nakoming. Was ingebrekestelling vereist voor intreden van verzuim? Schending van hoor en wederhoor en treden buiten grenzen rechtsstrijd?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 september 2022
ECLI:NL:PHR:2022:827Hoge Raad · 23 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1926
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/04694
Datum 23 december 2022
ARREST
In de zaak van
SOURCE BY NET B.V.,
gevestigd te Oldenzaal,
EISERES tot cassatie,
hierna: SBN,
advocaat: J. van Weerden,
tegen
MOTIV-E B.V., voorheen handelend onder de naam EUROPEAN CAR TRADE COMPANY B.V.,
gevestigd te Zwaanshoek, gemeente Haarlemmermeer,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ECTC,
advocaat: D. Rijpma.
1 Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/15/279417 / HA ZA 18-653 van de rechtbank Noord-Holland van 2 januari 2019 en 19 juni 2019;
b. het arrest in de zaak 200.266.357/01 van het gerechtshof Amsterdam van 10 augustus 2021.
SBN heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ECTC heeft verzocht het cassatieberoep te verwerpen.
De zaak is voor ECTC toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van SBN heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt SBN in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ECTC begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien SBN deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 23 december 2022.