Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Cross-fault-beding dat recht geeft op ontbinding van leaseovereenkomst…
Hoge Raad, 8 april 2022
ECLI:NL:HR:2022:522 · Hoge Raad · 8 april 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-522
Zaakgegevens
Op 8 april 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 april 2022
- Datum publicatie
- 6 april 2022
- Zaaknummer
- 20/04183
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.H.M van Swaaij, C.S.G. Janssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:522
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Cross-fault-beding dat recht geeft op ontbinding van leaseovereenkomst onredelijk bezwarend (art. 6:233 onder a BW)? Samenhangende overeenkomsten. Betekenis van art. 6:265 BW voor contractueel ontbindingsbeding. Beperkende werking van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 BW).
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 september 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:7248Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1067Hoge Raad · 8 april 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:522
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/04183
Datum 8 april 2022
ARREST
In de zaak van
NOORD AUTO B.V.,
gevestigd te Assen,
EISERES tot cassatie,
hierna: Noord Auto,
advocaat: J.H.M. van Swaaij,
tegen
BEEQUIP B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Beequip,
advocaat: C.S.G. Janssens.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 6552243 \ CV EXPL 17-8636 van de kantonrechter te Assen van 3 januari 2018 en 10 juli 2018;
-
de arresten in de zaak 200.248.944/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 juli 2019, 15 september 2020 en 3 november 2020 (herstelarrest).
Noord Auto heeft tegen het arrest van het hof van 15 september 2020 beroep in cassatie ingesteld.
Beequip heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Beequip toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Noord Auto heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Noord Auto in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Beequip begroot op € 2.830,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Noord Auto deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 8 april 2022.