Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomst. Verplichting koper energiebedrijf aan verkopers…
Hoge Raad, 10 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:856 · Hoge Raad · 10 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-856
Zaakgegevens
Op 10 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juni 2022
- Datum publicatie
- 8 juni 2022
- Zaaknummer
- 21/00980
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- M.E Bruning, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:856
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomst. Verplichting koper energiebedrijf aan verkopers vergoeding te betalen in geval van privatisering vóór een vervaldatum. Wet onafhankelijk netbeheer.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 8 december 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:3329Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 januari 2022
ECLI:NL:PHR:2022:98Hoge Raad · 10 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:856
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/00980
Datum 10 juni 2022
ARREST
In de zaak van
1. N.V. REMU HOUDSTERMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Utrecht,
2. STICHTING BEHEER BELANGEN GCN,
gevestigd te Utrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Remu c.s.,
advocaat: M.E. Bruning,
tegen
N.V. ENECO BEHEER,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Eneco,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/13/647233 / HA ZA 18-447 van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2018 en 27 februari 2019;
-
het arrest in de zaak 200.260.304/01 van het gerechtshof Amsterdam van 8 december 2020.
Remu c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Eneco heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Eneco toegelicht door haar advocaat, en mede door B.F.L.M. Schim.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Remu c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Remu c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 7.086,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 10 juni 2022.