Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Verbintenissenrecht. Partijen hebben huurovereenkomst voorwaardelijk gewijzigd…
Hoge Raad, 30 juni 2023
ECLI:NL:HR:2023:1001 · Hoge Raad · 30 juni 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1001
Zaakgegevens
Op 30 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2023
- Datum publicatie
- 29 juni 2023
- Zaaknummer
- 22/03056
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- S.L Haanschoten, F.E. Vermeulen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1001
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Verbintenissenrecht. Partijen hebben huurovereenkomst voorwaardelijk gewijzigd, waardoor opzegging in plaats van telkens na vijf jaar telkens na zes jaar mogelijk was. Geschil over uitleg van voorwaarde. Hoor en wederhoor, tweeconclusieregel. Dwaling.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 mei 2022
ECLI:NL:GHSHE:2022:1541Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:483Hoge Raad · 30 juni 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1001
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03056
Datum 30 juni 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
HEAVAC B.V.,
gevestigd te Nuenen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Heavac,
advocaat: F.E. Vermeulen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8213959 van de rechtbank Oost-Brabant van 19 december 2019;
b. het arrest in de zaak 200.274.472/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 mei 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Heavac heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor Heavac toegelicht door haar advocaat en mede door P.B. Fritschy.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G. Snijders strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Heavac begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.B. ter Heide, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 30 juni 2023.