Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil tussen erfpachter en erfverpachter van…
Hoge Raad, 7 juli 2023
ECLI:NL:HR:2023:1075 · Hoge Raad · 7 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1075
Zaakgegevens
Op 7 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juli 2023
- Datum publicatie
- 7 juli 2023
- Zaaknummer
- 22/03084
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- thans L.V van Gardingen, J.H.M. van Swaaij
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1075
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Goederenrecht. Verbintenissenrecht. Geschil tussen erfpachter en erfverpachter van buitenplaats over verplichtingen van erfverpachter tot herstel, aanleg en onderhoud en over canonherziening.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 24 mei 2022
ECLI:NL:GHAMS:2022:1564Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2023
ECLI:NL:PHR:2023:589Hoge Raad · 7 juli 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1075
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/03084
Datum 7 juli 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: thans L.V. van Gardingen, voorheen J.F. de Groot,
tegen
STICHTING HET UTRECHTS LANDSCHAP,
gevestigd te De Bilt,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: HUL,
advocaat: J.H.M. van Swaaij.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/617462/HA ZA 16-1083 van de rechtbank Amsterdam van 29 mei 2019 en 4 maart 2020;
b. het arrest in de zaak 200.279.435/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 mei 2022.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
HUL heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor HUL toegelicht door haar advocaat en mede door R.J. ter Rele.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HUL begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.R. Salomons, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 juli 2023.