Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg van rechtsverhouding tussen partijen. Omvang van opdracht aan…

Hoge Raad, 10 november 2023

Zaakgegevens

Op 10 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 november 2023
Datum publicatie
9 november 2023
Zaaknummer
22/04276
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, M.J. van Basten Batenburg
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1530
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Uitleg van rechtsverhouding tussen partijen. Omvang van opdracht aan deskundigen. Tweeconclusieregel.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 augustus 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2822
  2. Conclusie A-G · 15 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:788
  3. Hoge Raad · 10 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1530

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/04276

Datum 10 november 2023

ARREST

In de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

[verweerster] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: [verweerster],

advocaat: M.J. van Basten Batenburg.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/01/314765 / HA ZA 16-731 van de rechtbank Oost-Brabant van 22 november 2017;

b. de arresten in de zaak 200.235.918/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 2 juni 2020, 5 januari 2021 en 16 augustus 2022.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

[verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.845,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 10 november 2023.