Verbintenissenrecht

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Dwaling. Causaal verband. Geschil over ontwikkeling van…

Hoge Raad, 31 maart 2023

Zaakgegevens

Op 31 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 maart 2023
Datum publicatie
30 maart 2023
Zaaknummer
22/00354
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
W.H. van Hemel.
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:513
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Dwaling. Causaal verband. Geschil over ontwikkeling van buurtwinkelcentrum met appartementen. Klachten over causaal verband bij dwaling.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 23 januari 2019

    ECLI:NL:RBMNE:2019:201
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 2 november 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:10234

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 13 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:56
  4. Hoge Raad · 31 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:513

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 22/00354

Datum 31 maart 2023

ARREST

In de zaak van

1. HOORNE VASTGOED B.V.,

gevestigd te Uitgeest,

2. VOMAR VOORDEELMARKT B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna gezamenlijk: Hoorne c.s.,

advocaten: B.I. Kraaipoel en T.E. Booms,

tegen

GEMEENTE ALMERE,

zetelende te Almere,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,

hierna: de Gemeente,

advocaat: W.H. van Hemel.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/16/432682 / HL ZA 17-52 van de rechtbank Midden-Nederland van 23 januari 2019;

b. de arresten in de zaak 200.261.772/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 juni 2020 en 2 november 2021.

Hoorne c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 2 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.

De Gemeente heeft een verweerschrift tot verwerping tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.

Hoorne c.s. hebben een verweerschrift tot referte in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep ingediend.

De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat en mede door T. Heikens.

De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van Hoorne c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het principale beroep;

- veroordeelt Hoorne c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Hoorne c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 31 maart 2023.