Verbintenissenrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:8-2:11 BW). Vernietiging wegens…
Hoge Raad, 14 april 2023
ECLI:NL:HR:2023:558 · Hoge Raad · 14 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/verbintenissenrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-558
Zaakgegevens
Op 14 april 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 april 2023
- Datum publicatie
- 13 april 2023
- Zaaknummer
- 22/00503
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:558
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:8-2:11 BW). Vernietiging wegens dwaling van aanvaarding afwijking certificaathoudersovereenkomst t.a.v. gevolgen defungeren en uittreden.
Procesgang
Uitspraak · 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:338Rechtbank Oost-Brabant · 19 april 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:2240Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:3406Uitspraak · 2017
ECLI:NL:RBOBR:2017:5975Rechtbank Oost-Brabant · 10 oktober 2018
ECLI:NL:RBOBR:2018:5062Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 november 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:4080Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16 november 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:3407Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:91Hoge Raad · 14 april 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:558
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/00503
Datum 14 april 2023
ARREST
In de zaak van
1. M.A.C. ID B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
2. M.A.C. BEHEER B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
3. SEVEN STEPS TO HEAVEN B.V.,
gevestigd te Sterksel,
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaten: R.P.J.L. Tjittes en H. Boom,
tegen
1. PLANTLAB GROEP B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
2. FBB HOLDING B.V.,
gevestigd te Berghem,
3. CHERRY UNLIMITED HOLDING B.V.,
gevestigd te Tiel,
4. DUNE PROJECTS B.V.,
gevestigd te Katwijk,
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaten: J.W.M.K. Meijer en G.J. Harryvan.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/01/300898 / HA ZA 15-785 van de rechtbank Oost-Brabant van 20 januari 2016, 19 april 2017, 14 juni 2017, 8 november 2017 en 10 oktober 2018;
b. de arresten in de zaken 200.257.495/01 en 200.258.196/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 oktober 2019 en 16 november 2021.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof van 16 november 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eisers] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 14 april 2023.